Na een abstracte periode keerde Jean-Jacques Gailliard in 1927 naar een vorm van figuratie terug. Ondanks zijn contacten met Picasso en De Chirico in Parijs, en later met de aanhangers van de constructivistische abstractie van 7 Arts in België, onttrok hij zich aan hun invloeden via een oeuvre gevoed door het bovennatuurlijke en het esoterische. Op Autosoleil vermengt hij geometrische vormen met realistische elementen zoals de Eiffeltoren, een oog, een rad, een robot of het stratenpatroon van de wijk Orsay aan de Place d’Iéna. De betekenis van het schilderij blijf onduidelijk, hoewel enkele symbolische elementen ons toch op weg helpen: de zon, het oog en het rad zijn de dragers van het licht, de kennis en het leven.