Compositie is niet gedateerd maar kan wellicht tussen 1954 en 1958 worden gesitueerd. In een poëtische sfeer reorganiseert Anne Bonnet losjes haar herinneringen en gevoelens. Kennelijk heeft ze elke band met de realiteit verbroken: de vormen zijn autonoom geworden en worden zonder enige geometrische bekommernis gecombineerd op basis van selectieve affiniteiten of kleurencombinaties. De kleuren zijn warm en diep, en hun dikke en klonterige textuur wordt gevat in een dikke zwarte lijn die hun aanwezigheid in de ruimte lijkt te willen bevestigen. Vertrekkend vanuit de werkelijkheid ontbindt en vereenvoudigt de kunstenares de vormen, om ze nadien volgens haar eigen gevoeligheid te herscheppen. Ze stelt het heel duidelijk: “In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, bestaat de rol van de schilder er niet in de natuur te kopiëren maar wel ze te onthullen. Hoewel ik mijn vormen nog altijd uit de natuur blijf halen, probeer ik ze te transformeren om ze intenser te maken.”