Het tafereel evoceert de havenwereld, waar matrozen zich ’s nachts komen bedrinken in het gezelschap van prostituees. Gustaaf De Smet behandelde dit thema al in 1925 in zijn gouache Femme et marin. Hier behandelt hij het onderwerp poëtisch en lichtvoetig, zonder enig oordeel te vellen. De vormen zijn vereenvoudigd, monumentaal, sober. De compositie vertoont een zekere verwantschap met Manets Le déjeuner sur l’herbe. Toch wijzen de stilering van de schoonheid van de vrouw, de geometrisering van de vormen, de afwezigheid van elk perspectief en het onconventionele gebruik van de kleuren eerder in de richting van het kubisme. Wit, lichtroze, grijs, beige. Een blauw kleurverloop. Lichte en verfijnde tinten die afwijken van het ruwere palet van andere Vlaamse expressionisten. Deze kleuren scheppen een zachte en serene sfeer, die de kunstenaar nog versterkt door zijn boot (De Zeearend) te laten varen onder een Nederlandse eerder dan een Belgische vlag, om in hetzelfde kleurengamma te blijven.