“Groot, een brede en gewelfde borst, het profiel van Bonaparte, maar met een kwaadaardige blik en een ironische grimas.” Dit massieve personage, hier beschreven door de Franse symbolistische schrijver Rodolphe Darzens, is niemand minder dan Aristide Bruant, de lofzanger van het straatvolk, chansonnier en schrijver en een van de grootste dichters in het argot. In 1892 werd hij tot de Société des Gens de Lettres toegelaten. Hij ontmoette Henri de Toulouse-Lautrec toen die zich in Montmartre vestigde en hij was een van de eersten die zich voor diens werk interesseerde. Hier toont Toulouse-Lautrec Aristide Bruant met enkele van zijn befaamde attributen: de sjaal, de grote zwarte hoed en de knuppel die hij als wandelstok gebruikte. Door de afwezigheid van alle decor krijgt het silhouet de volle aandacht. Enkel het in zwart weergegeven personage van de machinist in de halfschaduw, bovenaan links, verleent het werk enige diepte. Deze affiche is het spiegelbeeld van de affiche getiteld Aristide Bruant, Ambassadeurs, naar de naam van een bekend café aan de Champs-Elysées. Het was in dit etablissement dat Bruant een eerste affiche bij Lautrec had besteld. Maar de directeur van het Café des Ambassadeurs wou achteraf niet voor de affiche betalen: hij vond de compositie te gewaagd, te bruut en te vulgair voor zijn cliënteel. Bruant dreigde ermee niet langer op te treden indien hij ze afwees en hij eiste dat ze aan weerszijden van de scène zou worden getoond en op de avond van de voorstelling overal in de stad zou worden opgehangen.