In januari 1900 creëerde Théâtre Antoine een stuk van Jean Richepin, La Gitane – het verhaal van een wrede verleidster – met in de hoofdrol de actrice Marthe Mellot. Op haar verzoek ontwierp Henri de Toulouse-Lautrec de affiche voor de opvoering. Hij plaatst de actrice, die slechts door enkele harde, bijna karikaturale lijnen wordt gesuggereerd, op een krachtige en synthetische zigzaglijn. Het werk is opgevat rond een sterke, door de personages gevormde diagonaal die zich voortzet in de lijn van de bergen. Hoekige lijnen beklemtonen de wreedheid van de zigeunerin. Het uitgespaarde silhouet verleent de hoofdfiguur iets spookachtigs, terwijl haar monumentale verticaliteit haar triomf uitdrukt over de duistere figuur van de bedrogen geliefde. Die laatste vlucht weg in een beweging beheerst door een schuine lijn die hem tot buiten de lijst voert. Het olijfgroene vlak waartegen de figuren zich aftekenen, beklemtoont het verschil tussen het hoekige en imposante standbeeld van de misprijzende vrouw en de kronkelende lijn die haar verstoten gezel volgt. De tekening wordt tot enkele trekken herleid, het decor en de personages bestaan uit volumes van heel zachte kleuren of niet-kleuren. Met haar bijzonder geslaagde compositie en expressieve spaarzaamheid is La Gitane de ultieme affiche van de Toulouse-Lautrec.