Emile Claus schilderde Het binnenhalen van de netten in februari 1893. Het werk laat palingvissers zien aan de oevers van de Leie, in de omgeving van Gent. Dit schilderij is een fraai voorbeeld van de neo-impressionistische techniek. Net als vele andere kunstenaars ontdekte Claus op de tentoonstelling van Les XX in 1887 het schilderij Un dimanche d’été à la Grande Jatte van Seurat, een werk dat als het manifest van het pointillisme geldt. Toch veroorloofde Claus zich heel wat vrijheden tegenover deze strakke techniek. Zo hield hij zich niet aan de optische principes van de kleurmenging. De dichtheid van de verfmaterie waarmee hij de wilgen weergeeft, verleent de bomen een heldere, zinderende schittering. De achtergrond wordt gevormd door fijne toetsen die de einder in de ochtendnevel doen oplossen, maar op het voorplan gebruikt Claus krachtige en expressieve penseelstreken. Vooral de gedetailleerde weergave van de twee mannen herinnert aan het permanente streven naar realisme van de Belgische kunst. De verschillen spreken boekdelen: terwijl de Franse impressionisten alle vorm in het licht en in uiteenspattende verftoetsen doen oplossen, blijft het Belgische impressionisme, ook wel het luminisme genoemd, vasthouden aan zijn onderwerpen. Dit schilderij van Claus, die gefascineerd was door de steeds wisselende impact van het licht op de natuur, kende een groot succes. De gemeente Elsene kocht het in 1893 aan, het jaar waarin het werd vervaardigd