Thee-uurtje in de tuin is een schoolvoorbeeld van pointillisme. De schilder, Théo Van Rysselberghe, ontdekte Georges Seurats Un dimanche après-midi à l'Île de la Grande Jatte in 1886 in Parijs. Het werk bracht een enorme schok bij hem teweeg en zorgde er voor dat hij een van de wegbereiders van het neo-impressionisme in België werd. Zoals uit dit schilderij blijkt, had Van Rysselberghe van het pointillisme geleerd hoe het licht te observeren en met verzadigde en contrastrijke tinten te werken. De koude kleuren die hij gebruikt – groen en blauw – combineert hij met complementaire kleuren, zoals roze en paars, en samen scheppen ze een zinderend effect en een contemplatieve sfeer. Toch waakt hij erover dat zijn schilderprocédé geen systematisch karakter krijgt, door het warmte, vrijheid en lichtheid te verlenen. Maar wat vooral opvalt, is de manier waarop hij het portret verrijkt door middel van punten die met grote precisie op de gezichten geconcentreerd worden. Op de achtergrond hanteert Van Rysselberghe een bredere toets in een tapijt van kapucijnbloemen dat de vrouwen en hun flamboyante hoeden nog beklemtoont. Marie Closset, links, die een zakdoek borduurt, was een Belgische dichteres die bekendstond onder het pseudoniem Jean Dominique. De vrouw in het midden, die in haar theekopje roert, is de zangeres Laure Flé. Allebei waren ze vriendinnen van de auteur van dit werk, Théo Van Rysselberghe, en van zijn vrouw Maria, die rechts op het schilderij is afgebeeld, verdiept in haar lectuur.