De aan de Academie van Antwerpen opgeleide Jef Lambeaux liet vanaf 1870 een frisse wind doorheen de Belgische beeldhouwkunst waaien. Hij verwierp het classicisme dat zolang de plak had gezwaaid en introduceerde een barok realisme via de keuze en de behandeling van zijn onderwerpen. De beweging van de lichamen, de beschrijving van de anatomie, het realisme van de taferelen schokten het publiek maar verheugden tegelijk een progressievere groep. Lambeaux, bijgenaamd de ‘Michel-Ange du ruisseau’, deed alle codes wankelen. Zo behandelde de kunstenaar vanaf 1881 met verschillende werken het thema van het gevecht, waaronder de gladiatorengevechten in de oudheid, maar hij onttrok zich daarbij aan de antieke invloed: “Overal waar de mens zijn indrukwekkende kracht ontplooit, zei Lambeaux, zal ik die bestuderen en bewonderen. […] Maar wat me altijd vooral heeft aangesproken, zijn de gevechten in de kermistenten. Daar, in die onvoorspelbare actie, geniet ik van het wonderlijke spel van de spieren. In de naakte en gekromde torso’s, in de verstijfde ledematen ontwaar ik vlakken en lijnen van een onmiskenbare schoonheid.” Het werk Worstelaars toont een volledig omgekeerde man die onherroepelijk zal gevloerd worden. Twee grote diagonalen structureren het tafereel en scheppen een bijzonder sterke dynamiek. Lambeaux voerde dit werk op verschillende groottes en in verschillende versies uit, zoals vaak het geval was met beeldhouwwerken uit die tijd.